The Dutch article below comes from a cardiologist.{[ Google-not corrected by me -translation below the Dutch article]]

I feel totally incompetent to judge this huge field of biochemistry but from long experience, I have seen that indeed the “hunt for biomarkers” has led mostly to miserable, anxious patients with probably rarely any benefits.

A patient has a tumour and was treated or not and feels “good” or reasonably well.

The holy “ma-akav [follow up] shows an elevated marker in his blood….ACTION! That is what “science” seems to say or at least the holy medical last editions of whatever medical book.

Sleepless nights, high blood pressure., palpitations….I wish I did not know…I felt fine are the regretful thoughts of most patients then. But still, next time they will go again for follow up blood tests…..the doctor knows best what is good for you. is a logical thought,.The PSA [prostate test] had caused endless unnecessary interventions, not always with a good outcome.

De bodemloze biomarkerput

Yvo Smulders

13 JANUARI 2022Yvo SmuldersCiteer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B1960

In den beginne schiepen we door classificatie en taxonomie orde in de schijnbare warboel van wat er allemaal lijfelijk mis kan gaan. In onze bronstijd vonden we oorzaken: micro-organismen, bloeddruk, cholesterol, ontremde celdeling, et cetera. Met een combinatie van causale inzichten en een boel serendipiteit gingen we die oorzaken vervolgens te lijf met empirisch onderzoek. Voilà: de geschiedenis van de geneeskunde in de allerkleinste notendop die ik kon vinden.

Een van de recentste loten aan het holoceen van de geneeskunde is het veld van de biomarkers; talloze stofjes die ergens iets met een ziekte te maken zouden kunnen hebben, omdat ze er getalsmatig mee geassocieerd zijn. Even talloze wetenschappers hebben er enorme hoeveelheden onderzoeksgeld in gestoken en er – wederom talloze – artikelen over geschreven.

‘Veel biomarkers lossen hun belofte niet in’

En wat heeft die hele biomarkerbusiness opgeleverd? Bijna niets. Ik kan niet alle velden overzien, maar het cardiovasculaire veld bijvoorbeeld wel, en daarin zijn wel honderden biomarkers van bijvoorbeeld vaatschade onderzocht, zonder noemenswaardige winst voor patiënten. Vooral markers die in grote cohorten zijn onderzocht, lossen hun beloftes zelden in. Data van omvangrijke cohorten met veel plasma in de vriezer zijn natuurlijk ideaal om publicaties en promoties uit te persen, maar daar geneest geen zieke méér van. Ik daag u uit: stuur mij een lijstje met 5 biomarkers uit uw praktijk met het bewijs dat ze uw patiënten gelukkiger en/of langer laten leven en ik stuur u een overgebleven oliebol als beloning.

In dit nummer bespreken we twee biomarkers: PlGF (placentaire groeifactor) voor pre-eclampsie (D6419 en D6438) en pro-calcitonine voor bacteriële infectie (D6247 en D6360). Conclusies: PlGF bepalen lijkt zinloos en procalcitonine heeft na 30 jaar en bijna 10.000 artikelen nog steeds geen vaste plek verworven.

Hoe het wel moet in de curatieve geneeskunde weet ik natuurlijk ook niet, maar ik denk dat we goede moleculair biologen volop ruimte moeten geven mechanismen beter te begrijpen, en wat daaruit volgt in trials moeten onderzoeken. In de oncologie en immunologie – velden waar we echt enorme progressie hebben geboekt – was dit de sleutel voor succes. Minder geld dus naar ongebreideld biomarkeronderzoek. Intussen begin ik aan mijn overgebleven oliebollen. Voor de zekerheid houd ik er misschien een paar achter.

ARTIKELINFORMATIE

Gepubliceerd op13 januari 2022In print verschenen inweek 2 2022Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B1960

Google translation from Dutch[not corrected]

The bottomless biomarker pit

JANUARY 13, 2022Yvo SmuldersCite this article as: Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B1960
In the beginning, we created order through classification and taxonomy in the apparent chaos of what can physically go wrong. In our Bronze Age we found causes: micro-organisms, blood pressure, cholesterol, uninhibited cell division, et cetera. Using a combination of causal insights and a lot of serendipity, we then tackled those causes with empirical research. Voilà: the history of medicine in the smallest nutshell I could find.
One of the most recent draws to the Holocene of medicine is the field of biomarkers; countless substances that could have something to do with a disease, because they are numerically associated with it. Equally countless scientists have invested enormous amounts of research money and – again countless – articles have written about it.
‘Many biomarkers do not deliver on their promise’
And what has the whole biomarker business yielded? Almost nothing. I cannot oversee all fields, but the cardiovascular field, for example, can, in which hundreds of biomarkers of, for example, vascular damage have been studied, without significant benefit for patients. In particular, markers studied in large cohorts rarely deliver on their promises. Data from large cohorts with a lot of plasma in the freezer are of course ideal for squeezing out publications and promotions, but that does not cure a sick person anymore. I challenge you: send me a list of 5 biomarkers from your practice with proof that they make your patients live happier and/or longer and I’ll send you a leftover oliebol as a reward.
In this issue, we discuss two biomarkers: PlGF (placental growth factor) for preeclampsia (D6419 and D6438) and pro-calcitonin for bacterial infection (D6247 and D6360). Conclusions: Determining PlGF seems pointless and after 30 years and almost 10,000 articles procalcitonin still has not established itself.
Of course I don’t know how it should be done in curative medicine, but I think we should give good molecular biologists plenty of room to better understand mechanisms, and investigate what follows from this in trials. In oncology and immunology – fields where we have really made tremendous progress – this has been the key to success. So less money for unbridled biomarker research. In the meantime I start on my leftover oliebollen. I might keep a few behind just in case.
ARTICLE INFORMATION
Published on January 13, 2022Appeared in print in week 2 2022Cite this article as: Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:B1960